Menno Büch was een bijzonder mens. Mijn grootmoeder zaliger zal voor hem een plek naast haar in de hemel hebben gereserveerd. Op haar verjaardag kwam Menno steevast met een bos rode rozen die nauwelijks door de deur kon. Ieder jaar eentje erbij. Menno schoof, onder meer door zulke acties, snel door naar een toppositie onder de favoriete schoonzoons van mijn oma. Samen met mijn tante Oda, de jongste van dertien, vormde hij jarenlang een koppel.

 

Het was de tijd dat Menno nog niet schitterde op televisie. Hij was voornamelijk bezig met het uitbaten van de eerste 06-lijnen. De krantenpagina’s waren gevuld met ophitsende teksten als ‘geile moeder zoekt verzetje’ en voor een gulden per minuut kon je luisteren naar spannende seksverhaaltjes. Die verhaaltjes werden vaak ingesproken door vrienden en vriendinnen aan de keukentafel van zijn appartement in het centrum van Zandvoort. Ik heb er ook een avondje doorgebracht en op een sneu cassetterecordertje oproepjes ingesproken met homo-erotische tekstjes. Gieren van de lach natuurlijk. Het hele land belde massaal op deze nepverhaaltjes en op een gegeven moment kon je ook ‘live’ met behoeftige vrouwen en mannen bellen. Menno was de lachende derde, want het geld stroomde binnen. Een van de leukste verhalen die rondgaan over Menno is dat hij bij wildvreemden thuis op feestjes kwam, vanuit de slaapkamertelefoon zijn eigen 06-lijn belde en vervolgens de hoorn ernaast legde. Dan was je per

uur dus zes tientjes kwijt. Of hij dit echt deed weet ik niet zeker, maar ik zag hem er rustig voor aan, want Menno was een geboren opportunist.

 

Op zeker moment breidde hij z’n erotisch imperium ook uit met merchandising. Hij nam me mee naar het postkantoor, waar hij uit een postbus honderden enveloppen haalde. In iedere envelop zat een briefje van tien, liet hij me glunderend zien. Het was de postbus waar hitsige heren een ‘gedragen slipje’ konden bestellen. Wanneer je de 06-lijn belde, vertelde de dame in kwestie hijgend dat ze met veel ple- zier haar slipje jouw kant op wilde sturen. Als het tientje eenmaal binnen was, stuurde Menno de afzender een slipje van de Zeeman waar hij aan de keukentafel met een verfkwastje een likje geconden- seerde melk in had gesmeerd. Ik zat erbij en keek ernaar. Postzegel erop en klaar. Nettowinst 8,50. De postbus onder die van de gedragen slipjes was ook vol. Daar kwamen honderden briefjes van 25 uit. Dat was de postbus van de 06-lijn ‘in mijn broek geplast’. Menno riep iets over een bulk goedkope spijkerbroeken en een douchecel, maar ik ben gestopt met vragen. Ik keek het vol verbazing aan. ‘De mensen zijn gek’, liet Menno weten. ‘Er lopen duizenden zieke geesten rond en ik geef ze gewoon waar ze om vragen.’

Menno was preutser dan menigeen dacht. Hij vond het eigenlijk allemaal patiënten, volgens mij, en kon dus zonder enkele restrictie jaren later het programma Sex voor de Büch maken bij Veronica. In deze show kwam een trits aan seksuele afwijkingen in beeld voorbij. Bijkomend voordeel was dat de eindredacteur nota bene een domineeszoon was die al sinds z’n zeventiende was getrouwd en naar mijn idee alleen de missionarishouding kende.

Die combinatie van twee licht preutse makers zorgde voor het succes van Sex voor de Büch – los van de voyeuristische inhoud van de show uiteraard. Als we zo’n programma nu zouden uitzenden, word je als maker hopelijk onmiddellijk opgepakt omdat je de hoofdrolspelers niet tegen zichzelf beschermt. Van de man die in een bad vol bruine bonen wilde masturberen tot de vrouw die als indiaan verkleed op een aubergine ging zitten. De mensen zouden door social media kapot worden gemaakt in de huidige tijd.

Jaren later maakten we bij BNN een serie die BNN Family heette, als reactie op De Pfaffs en andere reality-series. In de serie speelden Jeroen Pauw, Ruud de Wild, Katja Schuurman en Bridget Maasland uitvergrotingen van zichzelf. Zelfspot was het toverwoord. Wanneer de camera in de woonboot van zelfbenoemd womanizer Pauw afdaalde, zag je eerst een aantal halfblote dames wegvluchten. De Wild had sterallures, Katja was een warrige seksgodin en Bridget was natuurlijk een bitch. We hadden bedacht dat ze elke week bij elkaar kwamen eten en daarnaast volgden we hun aparte levens. Echt en onecht lie- pen dwars door elkaar. Ik stelde op een zeker moment een verhaallijn voor waarin Bridget het ondergoed van sekssymbool Katja uit haar wasmand pikte om het online aan te bieden. Bridget en Katja zagen er de humor wel van in en speelden leuk mee. Op Bridgets naam werd een website ‘Slipjes van Katja’ opgestart. Maar daar stopte het niet. In overleg met de afdeling Marketing en Internet werd bedacht dat er een leuke ledenaanbieding in dit verhaal zat. ‘Word lid van BNN en krijg een slipje van Katja.’

 

Binnen een week ontplofte de zaak. Bij de afdeling Marketing was het continu spitsuur en drukten vrouwelijke collega’s van allerlei afdelingen lipstickkusjes op goedkope Zeemanslips om ze vervolgens in te pakken. Honderden per dag vlogen eruit en het ledenbestand werd binnen enkel weken aardig opgekrikt door deze krankzinnige actie. Wel of niet echt; er werden opnieuw duizenden slipjes besteld en dit keer was ik de lachende derde omdat het mijn omroep een aardige boost gaf.

 

Het was onderbroekenlol in optima forma, met duizendmaal dank aan de geestelijk vader van de hoax, Menno.

29

Slipjes van Katja

40

Vergeet me niet

Kamer 209 van het Huis in de Duinen ruikt naar meneer Dinga.
Hij is een beetje suf vandaag.
Niet zo gek, want hij is inmiddels negentig, Parkinson-gecertificeerd en licht dementerend. Ik neem haring voor hem mee. Omdat hij er dol op is, maar ook omdat ik me zonder haring iedere keer opnieuw moet voorstellen. De haring is ons herkenningsteken geworden.

‘Zin in haring, meneer Dinga?’

Hij kijkt niet op en blijft staren naar een stoel tegenover hem in de kamer. Met licht Amsterdams accent bast hij: ‘Er zit zeker niemand in die stoel tegenover me? Dat verbeeld ik me natuurlijk. Godsamme, wat is er met me aan de hand?’

Ik snij de haring in stukjes en begin hem als een baby te voeren. Want de combi van glibberige vis, een stukje zuur, Parkinson en een vork is als mikado spelen op de Titanic.

 

Meneer Dinga is een man van de dag. Uit het niets refereert hij plotseling aan zijn zoon in Zuid-Frankrijk. Die heeft zijn zaak verkocht en is geëmigreerd naar Nice. Hij refereert aan wat er vandaag in de krant staat. Zo helder als hij het ene moment lijkt, zo verward is hij twee minuten later.

‘We waren vanmorgen nog in het dorp. Met mijn vrouw samen. Was wel leuk. Boodschappen gedaan. Of was dat nou gisteren. Jezus, wat mankeert me toch?’

De eens zo gesoigneerde zakenman in couture laat z’n gestorven vrouw opdraven wanneer het hem zint en ziet mensen die er nooit zijn geweest. Krom als een hoepel stiefelt hij een seconde later de gang op in plaats van het in z’n appartement aanwezige toilet in. Daarna vliegt hij de linnenkamer bijna in omdat hij denkt dat het de lift is. Ik breng hem als een weerbarstige kleuter terug naar z’n stoel, voer hem de laatste stukjes haring en help hem richting toilet. Een luier is blijkbaar net een kinderhand: gauw gevuld.

En dan wil hij eten. Daar kijkt hij elke dag naar uit. Als hij tenminste weet dat er een lunch is.

‘Goed dat je er bent, ik was het eten vergeten.’

Stilte. Hij hangt een beetje voorover in de stoel en wacht op wat gaat komen. Ik kijk naar de buienradar om te zien of ik misschien buiten een blokje om kan maken straks. Hij kijkt naar mijn telefoon. ‘Had je mijn vrouw aan de lijn? Want ik ga morgen weer het dorp in.’

Ik hijs hem op, zet hem aan de rollator en zeg: ‘Ze is er om tien uur. En ze neemt haring mee.’